Hoofdstuk 1: Mythologische rampen

Sommige rampen hebben een zodanige omvang dat ze hun sporen inde geschiedenis nalaten. Toen er nog geen schrift was verbeeldde men belangrijke gebeurtenissen in beeltenissen en/of men gaf het mondeling door tot het eeuwen of zelfs millennia later op schrift werd gesteld.
In hoeverre de vastlegging dan nog overeenkomt met de oorspronkelijke gebeurtenis is natuurlijk de hamvraag. Het is het werk van archeologen, historici en antropologen te proberen die vraag te beantwoorden.

 

Les 1: De Zondvloed (11650 voj)

Wat vooraf ging  

Er is een periode van een miljoen jaar verstreken vanaf het verschijnen van de eerste mensen op Aarde tot het eind van de voorlopig laatste ijstijd in 11650 voor onze jaartelling (=voj). Wat wij weten over het Europa van die tijd is dat het Noorden getroffen werd door ijstijden waarbij het landijs tot aan de Rijn gelegen heeft. IJstijden duren gemiddeld 80.000 jaar en de intervallen er tussen gemiddeld 20.000 jaar. Er zijn minstens drie van dit soort grote ijstijden geweest. Bij de laatste ijstijd was de temperatuur in Europa op het hoogte/dieptepunt gemiddeld 7,8C. Het ijs kwam toen tot Noord Duitsland. Rond de Middellandse Zee was de temperatuur hoger, dus daar was het hele jaar door goed te leven; in het Noorden kon dat alleen in de zomer. Ter vergelijking: de gemiddelde temperatuur in Nederland in 2021 was 10,5C. Tijdens het hoogtepunt van de ijstijd stond zeewater 125 meter lager dan nu vanwege alle landijs. De Noordzee stond dus droog. Uit die laatste ijstijd resten alleen grottekeningen en schaarse archeologische vondsten. Inmiddels lijken sommige grottekeningen een soort kalender uit te beelden.
In de laatste fase van laatste ijstijd stierf de Neandertalermens uit evenals de grote zoogdieren. De moderne Cromagnonmens nam het stokje over en de grote dieren werden vervangen door de dieren die wij vandaag de dag nog kennen. De mammoet, ofwel de langharige olifant was de laatste overlevende. Deze stierf overigens pas 4000 jaar geleden uit (in de Bronstijd).

Het is een tijd die tot de verbeelding spreekt. Vooral moderne schrijvers maken fantasieverhalen over het leven van de jager-verzamelaars en rassen van reuzen, dwergen en elfen. Verhalen als Ice Age, de Conan-cyclus, de Stam van de Holenbeer e.d. spelen zich in deze tijd af. Ook wordt er druk gespeculeerd over het bereikte niveau van beschaving van degenen die ons voor gingen. Feit is natuurlijk dat er in de voorgaande tienduizenden jaren hele beschavingen ontstaan kunnen zijn en zonder een spoor weer verdwenen zijn. Immers: beton verkruimelt, ijzer roest weg, plastic vergaat, papier vervalt tot stof, etc. Zelfs radioactief materiaal zou tot niets vervallen zijn.

De mythen die wij kennen over die tijd zijn die over de reuzen, de 1000 jaar lang levende koningen en Noach uit Genesis. Maar ook de mythe over de Soemerische voortijd: de Anunnaki koningen uit de ruimte die de Igigi (reuzen) op Aarde voor zich lieten werken, die op hun beurt de mensen creerden of aanpasten om voor hen te werken. En niet te vergeten: de mythe van Atlantis.   

De ramp

Het einde van de laatste ijstijd ging waarschijnlijk gepaard met een soort van ´zondvloed´. De temperatuur op de aarde was in de laatste eeuwen van de ijstijd relatief snel gestegen tot gemiddeld 15C en dat had grote smeltwaterzeeën doen ontstaan op het vaste land van het Noord Amerika. De ijsdammen, die dit water binnen hielden, braken op een gegeven moment door vanwege de druk van het water. Het smeltwater stortte zich uit in de Atlantische Oceaan en bracht doordoor een enorme vloedgolf te weeg richting Europa en Noord Afrika. Ook ten Westen van de Rocky Mountains vonden dergelijke processen plaats, maar op kleinere schaal (minder landoppervlakte).

Tot ver in het binnenland wordt het kustgebied van de Noordelijke Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee overstroomd. Wat er aan beschaving was werd hierdoor grotendeels weggevaagd. Interessant is dat men blijkbaar vooraf van deze ramp op de hoogte was en dat een aantal mensen in staat was maatregelen te nemen. Zondvloedverhalen komen over de hele wereld voor, maar het is de vraag of er aan dezelfde vloed wordt gerefereerd. In Europa en het Midden oosten zijn verschillende elkaar overlappende zondvloedmythen bekend: Oetnapisjtim (Bab.), Deukalion (Gr., zoon van Prometheus) en Noach (Heb.) bouwden volgens de mythe een boot en landden na de vloed op een berg om de mensheid voort te zetten. De eerder genoemde Annunaki vluchtten naar de hemel.

Wat er na kwam

De oudste opgraving uit die periode is Göbekli Tepe (de Navelberg) in Anatolië. Als het verhaal van Noach een kern van waarheid heeft, dan is de plek van waaruit Europa en het Midden Oosten opnieuw zijn bevolkt. Immers Noach landde op de berg Ararat niet al te ver daar vandaan. Het complex van een +/- 20 ronde en ovale gebouwen met doorsnedes van 10 tot 30 meter stamt volgens de C14-methode uit 11.500 voj. Het is tot 8.000 voj in gebruik geweest waarna het doelbewust met aarde is bedolven. Waarom? De fraai bewerkte T-vormige stenen zuilen geven aan waartoe men in die tijd in staat was. In de wijde omgeving in het Taurusgebergte zijn nog meer oude nederzettingen gevonden zoals Catal Hüyük +/- 7400 voj. Het gebied is langdurig bewoont geweest en is mogelijk ook de plek waar 20.000 voj het graan ontwikkeld is. Andere zeer oude opgravingen zijn gedaan bij Jericho aan de Jordaan waar al sinds 11.000 voj sporen van bewoning zijn.

Veel is giswerk en er zijn meer vragen dan antwoorden over het leven in het neolithicum (de Jonge Steentijd tot 300 voj).
Soms is er een antwoord zoals bijvoorbeeld vragen over het Doggerland. Rond 6150 voj maken drie grote aardverschuivingen voor de kust van Noorwegen middels enorme vloedgolven een eind aan de landbrug tussen Engeland en het vaste land van Europa en aan een miljoen jaar menselijke bewoning in het Noordzeegebied. Na 5800 voj verdwijnt ook het laatste eiland (de huidige Doggersbank) onder water.
Maar vragen over de verspreiding van volkeren over Europa zijn nog steeds onbeantwoord. 6000 vpj komt volgens sommige bronnen vanuit de Kaukasus (denk aan het woord ‘Caucasian’ als benaming voor iemand van het blanke ras in de USA) en de steppen van Oekraïne een langzame maar gestage migratie van blanke Indo Europese volkeren op gang richting West Europa. Archeologisch bewijs voor die theorie is evenwel (nog) niet gevonden) en taalkundig blijft het de vraag waarom sommige talen volledig afwijken. Bovendien als wij uitgaan van de gelijkenissen tussen Germaanse, Griekse en Hindoeïstische pantheons lijkt er een gemeenschappelijke bron. Dit zou betekenen dat er niet alleen een Westelijke migratie plaatsvond, maar ook een Zuidelijke naar de Indusvallei.   

 

Les 2: De Theravloed

Wat vooraf ging

In de Bronstijd (3000 – 1200 voj) zijn de meeste grote bekende megalithische monumenten gebouwd, zoals de  Pyramiden +/- 2600 voj, Stonehenge, New Grange, de hunebedden, de menhirs van Carnac, de tempels van Malta, het paleis van Knossos, het graf van Agamemnon, etc.
De beroemde bronzen hemelschijf van Nebula komt uit deze tijd evenals het schrift in verschillende vormen (o.a Egypte, Soemerië, Griekenland).

Onderzoek heeft uitgewezen dat er in de bronstijd diverse culturele centra waren, die via handelsroutes over land en zee met elkaar bekend waren. Er waren centra in Zuid Engeland (Hyperborië?), Midden Duitsland, Oostenrijk, Griekenland (Mycene, Knossos, Troje), Egypte, Soemerië, etc.
Europa was in die tijd nog uiterst dun bevolkt, maar landen als Egypte konden al bogen op een bevolking van een paar miljoen inwoners.

De ramp

Rond 1625 voj barste op het eiland Thera (het huidige Santorini) een vulkaan uit en wellicht zelfs twee vulkanen, want de nu onderzeese vulkaan Kolombo lag destijds boven water op hetzelfde eiland. Helaas voor de bewoners stortte de krater in en veroorzaakte het binnenstromende zeewater een explosieve reactie die zware sporen door de geschiedenis zou trekken. Wie vandaag met een cruiseschip door de krater vaart kan zich enigszins beginnen voor te stellen wat een enorm volume aan gesteente er tijdens die explosie verdwenen is. Tel daarbij op dat de andere helft van het eiland met de 8 kilometer verderop liggende Kolombo helemaal verdwenen is (hoewel niet duidelijk is of die is opgeblazen of verzonken door de uitstoot van het onderliggende materiaal) en je kan je voorstellen wat er gebeurt als dat in de atmosfeer geblazen wordt. Het was de zwaarste uitbarsting in de bekende geschiedenis, zwaarder dan de Krakatoa.

De vloedgolf die er mee gepaard ging maakte een abrupt einde aan alle beschaving rond de Egeïsche Zee en verbrak de belangrijksten handelsroutes. Het Oostelijk Middellandse Zeegebied raakte 400 jaar chaos. Historici spreken van de  Griekse Middeleeuwen, de Babylonische Middeleeuwen en de Egyptische Tussentijd (tussen het Middenrijk en het Nieuwe Rijk). Zelfs het Griekse schrift verdween.

Anders dan bij de Zondvloed zag men dit niet aankomen en is er dus ook geen georganiseerde voorbereiding geweest. Om dat hele volken verdwenen is er dus ook nauwelijks een overlevering van en si alle bewijs indirect.

Wat er na kwam

Wereldwijd zal het klimaat ernstig beïnvloed zijn geweest zijn vanwege het vele stof in de atmosfeer en is er misschien wel een mini-ijstijd geweest en veel overlevenden zullen van honger omgekomen zijn.  In die 400 jaar die volgden vond er een soort van volksverhuizing plaats. Grotere beschavingen als de Minoïsche/Myceense in Griekenland en de Hettietische in Anatolië verdwenen en de Egyptische en Babylonische werden flink door elkaar geschud. Het Joodse volk vertrok uit de Egyptische delta en veroverde een eigen gebied in Kanaän: Judea. De in de Bijbel beschreven plagen die voorafgingen aan de uittocht kunnen een verwijzing zijn naar de effecten van de vulkaanramp. De verdreven bewoners van Kanaan vormden samen met elementen van de binnengevallen Zeevolken een nieuwe zeevarende handelsnatie, de Feniciërs, die het machtsvacuüm in het Middellandse zeegebied opvulde. In Egypte ontstond na een tussenperiode het Nieuwe Rijk dat de binnengevallen Zeevolkeren terugdreef tot wat nu de Gazastrook is. Deze waren bij de Joden bekend als de Filistijnen. Waar de Zeevolken precies vandaan kwamen is onduidelijk, maar wellicht de Westelijk Middellandse Zee of zelfs het Noordzeegebied.
De Doriërs vestigden zich vanuit het Noorden in Griekenland en de Traciers in Anatolië.

De precieze tijdslijn is niet geheel vast te stellen omdat men uitgaat van de tijdlijn van opvolging van de Egyptische farao´s en deze blijkt bij nader inzien discutabel. Verschillen in de tijdlijn lopen uiteen van enkele tientallen jaren tot wel 700 jaar (Velikovsky). Zeker is in ieder geval dat de ramp die aan deze periode vooraf ging daadwerkelijk in 1625 voj heeft plaatsgevonden. Ook is zeker dat alle steden in Griekenland en Klein Azie tegelijkertijd zijn platgebrand.     

Als Homerus na de Griekse Middeleeuwen tussen 800 en 750 voj vanuit mondelinge overleveringen de Ilias (Trojaanse oorlog) en de Odyssee (de omzwervingen van Odysseus na die oorlog) schrijft, dan ligt dat wapenfeit al minstens 800 jaar in het verleden en is het tot mythe geworden. Ook zijn verhaal over Atlantis is waarschijnlijk op de ramp van 1625 voj geïnspireerd.

Toen Virgilius in 31 voj de mythe van Aeneis schreef waarmee hij de stichting van Rome in 753 voj (het begin van de Romeinse jaartelling tot +/_ 400) aan de Trojaanse oorlog koppelde, had men al geen idee meer wanneer dit wapenfeit plaats gevonden had en of het meer was dan een mythe.